Blog

NIET-VOLTOOIDE MACHINES EN DE MACHINERICHTLIJN
vrijdag, 16 juni 2017 12:45

NIET-VOLTOOIDE MACHINES EN DE MACHINERICHTLIJN

Een niet-voltooide machine is een samenstel dat bijna een machine vormt, maar niet zelfstandig een bepaalde toepassing kan realiseren. Een niet-voltooide machine valt dus wel onder de definitie van een machine, maar is niet compleet en meestal niet CE-waardig. Een onvoltooide machine is dus bedoeld om te worden ingebouwd, waarbij de samenbouw uiteindelijk een voltooide machine is.

Het is belangrijk op de hoogte te zijn van de vereisten voor niet-voltooide machines. Of u nu fabrikant bent van een niet-voltooide machine of de gebruiker die als fabrikant van de uiteindelijke voltooide machine optreedt. Wat logisch lijkt - maar vaak wordt onderschat- is dat een gebruiker nooit een onvoltooide machine mag gebruiken! De reden is, dat deze onvoltooide machine geen CE-markering heeft en dus per definitie niet veilig is. Deze onvoltooide machine zal dus eerst CE-waardig moeten worden gemaakt en er zal dus iemand als fabrikant moeten optreden.

Dit artikel is een vervolg op het eerder verschenen artikel in de CE-reeks.

OP DE MARKT BRENGEN NIET-VOLTOOIDE MACHINE

Bij het op de markt brengen van een niet-voltooide machine dient de fabrikant van de niet-voltooide machine zich te houden aan Artikel 13 van de Machinerichtlijn. Een niet-voltooide machine kan uiteraard niet volledig voldoen aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van Bijlage I, aangezien de risico’s kunnen samenhangen met de onvoltooide status van de machine of met de verbinding tussen de niet-voltooide machine en de rest van de machine of de samenstelling van machines waarvan de niet-voltooide machine deel gaat uitmaken. De fabrikant van een niet-voltooide machine moet echter wel aangeven aan welke van de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen hij wél heeft voldaan. Maar hoe doet u dat?

ARTIKEL 13 MACHINERICHTLIJN

Als fabrikant (of diens gemachtigde) van een niet-voltooide machine moet u zich ervan vergewissen dat de relevante technische documenten worden opgesteld en de montagehandleiding en inbouwverklaring zijn opgesteld. De montagehandleiding én inbouwverklaring moeten altijd bij de niet-voltooide machine zijn gevoegd totdat deze is ingebouwd. Daarna moeten zij deel uitmaken van het technisch dossier van de uiteindelijke machine.

WAT ZIJN DE RELEVANTE TECHNISCHE DOCUMENTEN VOOR NIET-VOLTOOIDE MACHINES?

Het dossier met de relevante technische documenten bevat in ieder geval:

  • Een constructiedossier dat bestaat uit: o
    • Het overzichtsplan van de niet-voltooide machine én de tekeningen va de besturingsschakelingen;
    • Gedetailleerde en volledige tekeningen (eventueel aangevuld met berekeningen, testresultaten en certificaten) aan de hand waarvan kan worden nagegaan of de niet-voltooide machine aan de toegepaste eisen voldoet
  •  De documentatie over de risicobeoordeling waaruit de gevolgde procedure blijkt, inclusief de volgende gegevens:
    • De essentiële veiligheids- en gezondheidseisen van deze richtlijn die van toepassing en wel/niet zijn vervuld;
    • De beschrijving van de beschermende maatregelen die genomen zijn om vastgestelde gevaren weg te nemen en risico’s te verminderen en –indien van toepassing- informatie over de restrisico’s;
    • De normen en overige technische specificaties die zijn toegepast;
    • Technische verslagen met de resultaten van de proeven die door u als fabrikant zijn verricht; 
    • Een kopie van de montagehandleiding van de niet-voltooide machine. 

  • Wanneer het om serieproductie gaat moeten ook de interne bepalingen die worden toegepast om de overeenstemming van de niet-voltooide machine met de toepasselijke essentiële veiligheids- en gezondheidseisen in stand te houden.

De betreffende technische informatie moet vervolgens minimaal tot tien jaar na de bouwdatum van de niet-voltooide machine beschikbaar zijn. Bij serieproductie is deze termijn zelfs tien jaar ná de laatst geproduceerde eenheid daarvan.

Kunnen de technische documenten niet overlegd worden? Dan kan dit voldoende reden zijn voor twijfel over de verklaarde overeenstemming van de niet-voltooide machine met de toepasselijke veiligheids- en gezondheidseisen.

WAAR MOET DE MONTAGEHANDLEIDING AAN VOLDOEN?

De montagehandleiding voor niet-voltooide machines moet door de fabrikant van de niet-voltooide machine worden opgesteld en wordt geleverd aan de fabrikant van de uiteindelijke machine.

In de montagehandleiding worden alle veiligheid gerelateerde aspecten van de niet-voltooide machine behandeld. Daaronder vallen ook de raakvlakken tussen de niet-voltooide machine en de uiteindelijke machine waarbij de bouwer rekening moet houden bij de inbouw van de niet-voltooide machine in de uiteindelijke machine. Ook de noodzaak om maatregelen te nemen met betrekking tot de afhandeling van de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen die nog niet zijn toegepast of vervuld. Of waaraan slechts gedeeltelijk door de fabrikant van de niet-voltooide machine is voldaan.

Aangezien de montagehandleiding bedoeld is voor de fabrikant van de uiteindelijke machine, moet deze door hem kunnen worden begrepen. Als gevolg daarvan moet de montagehandleiding worden opgesteld in één of meer officiële EU-talen die voor de fabrikant van de uiteindelijke machine te begrijpen is.

DE INBOUWVERKLARING VOOR NIET VOLTOOIDE MACHINES (II 1.b)

De inbouwverklaring (en de vertalingen daarvan) moet worden opgesteld volgens dezelfde voorwaarden als de gebruiksaanwijzing. Daarbij zijn de volgende algemene uitgangspunten van toepassing:

  • De gebruiksaanwijzing moet in één of meer officiële talen van de EU worden opgesteld en door de fabrikant worden voorzien van de vermelding “oorspronkelijke gebruiksaanwijzing”
  • Wanneer er geen “oorspronkelijke gebruiksaanwijzing” is in de officiële taal van het land van gebruik, moet een vertaling worden verstrekt door de fabrikant. Deze vertaling moet worden voorzien van de vermelding “vertaling van de oorspronkelijke gebruiksaanwijzing”
  • De gebruiksaanwijzing moet niet alleen rekening houden met het beoogde gebruik, maar ook rekening houden met elk voorzienbaar verkeerd gebruik van de machine.
  • Wanneer de machines voor niet-professionele gebruikers bestemd zijn, moet bij de formulering en de presentatie van de gebruiksaanwijzing rekening worden gehouden met het opleidingsniveau en het inzicht dat men redelijkerwijs van de gebruiker kan verwachten.

WAT MOET ER IN DE INBOUWVERKLARING OPGENOMEN WORDEN?

In de inbouwverklaring moet in ieder geval de firmanaam en het volledige adres van de niet-voltooide machine staan. Daarnaast moet ook de naam en het adres van degene die gemachtigd is de relevante technische documenten samen te stellen erin staan. Deze persoon moet binnen de EU gevestigd zijn.

Ook moet een duidelijke beschrijving en identificatie van de niet-voltooide machine in de inbouwverklaring staan. Daarbij gaat het om de generieke benaming, de functie, het model, het type, het serienummer én de handelsbenaming. Verder moet er vermeld worden welke essentiële veiligheidseisen zijn toegepast en dat de relevante technische documenten zijn opgesteld in overeenstemming met de toepasselijke EU-richtlijnen. Daarbij moet verwezen worden naar de om het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte teksten. Bovendien moet de fabrikant aangeven alle informatie die verband houdt met de veiligheid en gezondheid te overleggen aan de daartoe bevoegde instanties.

Aangezien de niet-voltooide machine niet als veilig kan worden beschouwd (er is immers geen CE-markering aanwezig), moet er tevens een verklaring worden opgenomen dat de machine niet gebruikt mag worden totdat de uiteindelijke machine waarin deze wordt ingebouwd voorzien is van CE-markering.

Ten slotte moet de plaats en datum van opstelling van de niet-voltooide machine duidelijk vermeld worden, evenals de identiteit en handtekening van de gemachtigde van de fabrikant die bevoegd is de verklaring op te stellen.

TEN ONRECHTE EEN NIET-VOLTOOIDE MACHINE LEVEREN, KAN DAT?

Jazeker!
Wat we veel zien is, dat bij het samenstellen van machinelijnen ten onrechte onvoltooide machines worden geleverd, terwijl die eigenlijk voltooid hadden moeten zijn. Wanneer een machine zelfstandig kan werken, maar bedoeld is om samengebouwd te worden in een lijnconfiguratie dan is de verwachting dat deze machine als voltooide machine wordt geleverd. Dus met CE-markering en II 1.a verklaring.

Wanneer een dergelijke voltooide machine tóch als onvoltooide machine op de markt wordt gebracht dan schuift deze fabrikant hierbij bewust de verantwoording naar de machinelijnbouwer. Een voorbeeld.

Tussen twee bewerkingsmachines wordt een transportbandmachine geplaatst. De fabrikant van de transportbandmachine levert de machine als onvoltooide machine met een II 1.b verklaring. Hij zegt hiermee, dat deze transportband-machine niet CE-waardig is en dus geen CE-markering heeft. Als machinelijnbouwer moet u er dan niet alleen voor zorgen dat de samenbouw met de andere machine (de overgangen), maar ook de transportband zelf CE-waardig is. Met andere woorden: u moet als machinelijnbouwer naast de totale lijnconfiguratie ook de volledige risicobeoordeling aan de transportband machine uitvoeren. En wanneer daar restrisico’s uitkomen die niet acceptabel zijn,moet u deze alsnog zelf aanpassen en oplossen. Terwijl u -wanneer u een CE-gemarkeerde transportbandmachine had ingekocht- hoofdzakelijk de samenbouw met de transportbandmachine CE-waardig moet maken en de totale lijn configuratie. Alle niet CE-compliance gerelateerde aspecten die onder de CE-markering van de transportmachine hadden moeten zijn ondervangen, kunt u terugleggen bij de desbetreffende fabrikant!
Binnenkort publiceren wij nog een uitgebreider artikel over het samenbouwen van machinelijnen.

Heeft u hulp nodig bij het in de handel brengen of aankopen van een niet-voltooide machine? Neem dan contact op met onderstaande adviseur. Wij helpen u graag!

dr. H.R. (Harry) Borsje

sr. adviseur industriële veiligheid

T. +31 (0)6-1213 09 96
E. h.borsje@tcpm.nl 

Onze aanpak voor groei

TCPM is een onafhankelijk ingenieurs- en adviesbureau met ruim 200 medewerkers en 5 vestigingen in Nederland. We groeien al meer dan 25 jaar, samen met onze klanten. Die kennen we dan ook door en door. 

Ook groeien? Wij helpen u met complete en integrale oplossingen voor uw industriële omgeving. We maken industriële bedrijven beter door strategisch meedenken te koppelen aan een slimme en praktische aanpak. Onze combinatie van engineering, industriële veiligheid en projectmanagement is daarbij de sleutel.

Contact

Hoofdkantoor TCPM

Boogschutterstraat 40
7324 BA Apeldoorn

T. +31 (0)88 220 14 00
E. tcpm@tcpm.nl 

Bekijk alle vestigingen

© 2018 TCPM. All Rights Reserved. Designed By MarkT-DEsign

Zoeken