Hoe beoordeel je de veiligheid van een machine die vóór 1995 is gebouwd?

Ingenieur inspecteert verouderde industriële machine uit de jaren 80 met metalen klembord op een schaars verlichte fabriekshal.

Een machine die vóór 1995 is gebouwd, valt buiten het toepassingsgebied van de huidige Machinerichtlijn, maar dat betekent niet dat er geen veiligheidsverplichtingen gelden. De werkgever is verantwoordelijk voor een veilige werkomgeving en moet ook voor oudere machines aantonen dat ze veilig te gebruiken zijn. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over het beoordelen van machines van vóór 1995.

Welke regelgeving is van toepassing op machines van vóór 1995?

Machines die vóór 1995 zijn gebouwd, hoeven niet te voldoen aan de Machinerichtlijn (2006/42/EG), omdat die richtlijn pas van toepassing werd op machines die na 1 januari 1995 in de handel zijn gebracht. Toch zijn werkgevers op basis van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbobesluit verplicht om ook deze oudere machines veilig te houden.

Het Arbobesluit, en meer specifiek het Warenwetbesluit machines, stelt eisen aan het gebruik van arbeidsmiddelen, ongeacht hun bouwjaar. Artikel 7.4a van het Arbobesluit verplicht werkgevers om arbeidsmiddelen te keuren en te onderhouden, zodat werknemers er veilig mee kunnen werken. Dit geldt dus ook voor machines die decennia geleden zijn aangeschaft.

Concreet betekent dit dat een machine van vóór 1995 niet hoeft te worden omgebouwd naar de huidige CE-markeringseisen, maar wel moet voldoen aan de minimumveiligheidsvoorschriften uit Bijlage I van het Arbobesluit. Denk daarbij aan eisen rond afschermingen, noodstopvoorzieningen, stabiele bevestiging en bescherming tegen gevaarlijke bewegende delen.

Wat zijn de risico’s van een niet-beoordeelde oude machine?

Een oude machine die nooit formeel is beoordeeld op veiligheid, vormt een concreet risico voor iedereen die ermee werkt. Zonder beoordeling zijn gevaarlijke situaties zoals ontbrekende afschermingen, verouderde elektrische installaties of onvoldoende noodstopfuncties niet in kaart gebracht, waardoor incidenten moeilijk te voorkomen zijn.

De risico’s zijn zowel praktisch als juridisch van aard:

  • Persoonlijk letsel: Bewegende delen, uitstekende onderdelen of onverwachte starts kunnen leiden tot ernstige verwondingen.
  • Verborgen slijtage: Machines die tientallen jaren oud zijn, kunnen intern versleten zijn op manieren die visueel niet zichtbaar zijn.
  • Juridische aansprakelijkheid: Als er een incident plaatsvindt met een niet-beoordeelde machine, is de werkgever aansprakelijk en kan de Inspectie SZW handhavend optreden.
  • Productiestilstand: Een onverwacht defect of gedwongen stillegging door een inspecteur leidt tot kostbare uitval.

Het niet uitvoeren van een beoordeling is geen neutrale keuze. Het vergroot de kans op schade aan mensen, materieel en bedrijfscontinuïteit aanzienlijk.

Hoe voer je een veiligheidsbeoordeling uit op een oude machine?

Een veiligheidsbeoordeling van een machine van vóór 1995 bestaat uit een systematische risico-inventarisatie waarbij je de machine toetst aan de minimumveiligheidsvoorschriften uit het Arbobesluit. Je brengt alle gevaren in kaart, beoordeelt de ernst en kans van elk risico, en bepaalt welke maatregelen nodig zijn.

Stap 1: Documentatie en machinegeschiedenis verzamelen

Begin met het verzamelen van alle beschikbare documentatie: technische tekeningen, onderhoudslogboeken, eerdere keuringen en gebruikshandleidingen. Bij machines van vóór 1995 is documentatie vaak beperkt of onvolledig. In dat geval moet je de machine zelf als uitgangspunt nemen en de bestaande situatie zo nauwkeurig mogelijk vastleggen.

Stap 2: Risicoanalyse uitvoeren

Loop de machine systematisch door en identificeer alle gevaarlijke zones. Beoordeel elk gevaar op basis van de ernst van mogelijke schade en de kans dat dit gevaar zich voordoet. Gebruik hiervoor een gestructureerde methode zoals de FMEA (Failure Mode and Effects Analysis) of een eenvoudige risicomatrix. Let specifiek op:

  • Bewegende en roterende delen zonder afdoende afscherming
  • Elektrische installaties die niet meer voldoen aan huidige normen
  • Ontbrekende of niet-functionerende noodstopvoorzieningen
  • Ergonomische risico’s bij bediening en onderhoud
  • Gevaar voor insluiting, beknelling of bekneld raken

Stap 3: Maatregelen bepalen en vastleggen

Op basis van de risicoanalyse stel je een prioriteitenlijst op van maatregelen. Volg daarbij de arbeidshygiënische strategie: elimineer risico’s waar mogelijk, beperk ze daarna via technische maatregelen, en gebruik persoonlijke beschermingsmiddelen pas als laatste optie. Leg alle bevindingen en genomen maatregelen schriftelijk vast. Dit vormt het bewijs dat de machine aantoonbaar veilig is beoordeeld.

Moet een machine van vóór 1995 worden aangepast of afgekeurd?

Niet elke machine van vóór 1995 hoeft te worden aangepast of afgekeurd. Of aanpassing noodzakelijk is, hangt af van de uitkomst van de risicoanalyse. Als de machine voldoet aan de minimumveiligheidsvoorschriften uit het Arbobesluit en de risico’s beheersbaar zijn, mag ze in gebruik blijven.

Wanneer de risicoanalyse echter tekortkomingen aan het licht brengt, zijn er drie mogelijke uitkomsten:

  • Aanpassing: De machine wordt technisch aangepast om aan de minimumvereisten te voldoen. Denk aan het plaatsen van extra afschermingen, het vervangen van elektrische componenten of het installeren van een functionerende noodstop.
  • Beperkt gebruik: De machine mag alleen onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt, bijvoorbeeld met extra persoonlijke beschermingsmiddelen of met beperkingen in snelheid of belasting.
  • Afkeuring: Als de risico’s niet beheersbaar zijn te maken zonder onevenredig grote ingrepen, of als de machine structureel onveilig is, moet ze uit gebruik worden genomen.

Het doel is niet om elke oude machine te laten voldoen aan de huidige eisen voor nieuwe machines. Het doel is om aantoonbaar veilig werken mogelijk te maken binnen de kaders van het Arbobesluit.

Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid van oude machines op de werkvloer?

De werkgever is primair verantwoordelijk voor de veiligheid van alle arbeidsmiddelen op de werkvloer, inclusief machines van vóór 1995. Deze verantwoordelijkheid is wettelijk verankerd in de Arbeidsomstandighedenwet en kan niet worden overgedragen aan een leverancier of fabrikant, zeker niet als die niet meer bestaat of bereikbaar is.

In de praktijk betekent dit dat de werkgever moet zorgen voor:

  • Een actuele risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) die ook oude machines omvat
  • Aantoonbaar periodiek onderhoud en keuring van alle arbeidsmiddelen
  • Voldoende instructie en opleiding voor medewerkers die met de machine werken
  • Schriftelijke vastlegging van beoordelingen, maatregelen en onderhoud

Naast de werkgever hebben ook de preventiemedewerker en de arbodeskundige een rol. Zij ondersteunen bij het uitvoeren van risicoanalyses en adviseren over de benodigde maatregelen. De Inspectie SZW controleert in de praktijk doorgaans bij de gebruiker en kan bij een controle of incident vragen om bewijs dat de machine aantoonbaar veilig is beoordeeld en dat er maatregelen zijn genomen.

Hoe TCPM helpt bij de veiligheidsbeoordeling van oude machines

Het beoordelen van machines van vóór 1995 vraagt om specifieke kennis van zowel de techniek als de geldende wet- en regelgeving. Wij ondersteunen industriële bedrijven bij dit proces met een praktische, no-nonsense aanpak.

Wat wij voor jou kunnen doen:

  • Uitvoeren van een volledige risicoanalyse op bestaande machines
  • Toetsen aan de minimumveiligheidsvoorschriften uit het Arbobesluit
  • Opstellen van een concreet maatregelenplan met prioriteiten
  • Begeleiden bij technische aanpassingen om machines veilig te maken
  • Verzorgen van schriftelijke rapportages die voldoen aan wettelijke eisen

Onze veiligheidsadviseurs combineren diepgaande technische kennis met praktijkervaring in industriële omgevingen. Ze werken zowel vanuit ons kantoor als direct bij jou op locatie. Heb je vragen over de veiligheid van oude machines in jouw bedrijf? Neem contact met ons op en we kijken samen naar de beste aanpak.

Veelgestelde vragen

Hoe vaak moet een machine van vóór 1995 opnieuw worden beoordeeld?

Er is geen wettelijk vastgestelde vaste keuringsfrequentie voor oude machines, maar het Arbobesluit vereist wel dat arbeidsmiddelen periodiek worden gekeurd op basis van de risico's die ze met zich meebrengen. In de praktijk wordt aanbevolen om een veiligheidsbeoordeling minimaal eens per jaar te herhalen, of eerder als de machine ingrijpend is gewijzigd, als er een incident heeft plaatsgevonden, of als de gebruiksomstandigheden zijn veranderd. Leg de gekozen keuringsfrequentie en de onderbouwing daarvan schriftelijk vast in het onderhouds- en keuringsplan.

Wat als de originele documentatie van een oude machine volledig ontbreekt?

Het ontbreken van documentatie is bij machines van vóór 1995 een veelvoorkomend probleem, maar het ontslaat de werkgever niet van zijn veiligheidsverplichtingen. In dat geval moet je de machine zelf als uitgangspunt nemen: maak gedetailleerde foto's, stel zelf een technische beschrijving op en leg de huidige staat van de machine nauwkeurig vast. Een ervaren veiligheidsadviseur of machinedeskundige kan helpen om op basis van de fysieke inspectie een volwaardige risicoanalyse op te stellen die als vervangende documentatie dient.

Mag een machine van vóór 1995 worden verkocht of overgedragen aan een ander bedrijf?

Ja, dat mag, maar de overdracht brengt wel verantwoordelijkheden met zich mee. De verkopende partij moet de koper informeren over de bekende risico's en de staat van de machine. Zodra de machine bij het nieuwe bedrijf in gebruik wordt genomen, wordt die werkgever verantwoordelijk voor een actuele veiligheidsbeoordeling conform het Arbobesluit. Let op: als de machine ingrijpend wordt gewijzigd na de overdracht, kan dit worden beschouwd als het in de handel brengen van een nieuwe machine, waardoor de Machinerichtlijn alsnog van toepassing wordt.

Wat is het verschil tussen een CE-markering en de minimumveiligheidsvoorschriften uit het Arbobesluit?

Een CE-markering is de juridische verklaring dat een machine voldoet aan de eisen van de Machinerichtlijn (2006/42/EG) en is verplicht voor machines die na 1 januari 1995 in de handel zijn gebracht. Dit omvat onder meer een volledige risicoanalyse als onderdeel van het technisch constructiedossier. De minimumveiligheidsvoorschriften uit Bijlage I van het Arbobesluit zijn een minder uitgebreide set basisvereisten die gelden voor het gebruik van bestaande arbeidsmiddelen, ongeacht hun bouwjaar. Voor machines van vóór 1995 geldt dus niet de verplichting tot CE-markering, maar wel de plicht om aan die minimumveiligheidsvoorschriften te voldoen.

Welke veelgemaakte fouten moet ik vermijden bij het beoordelen van een oude machine?

Een veelgemaakte fout is het uitsluitend uitvoeren van een visuele inspectie zonder systematische risicoanalyse, waardoor verborgen gevaren zoals interne slijtage of verouderde elektrische componenten over het hoofd worden gezien. Een andere veelvoorkomende misser is het niet schriftelijk vastleggen van de bevindingen en genomen maatregelen, waardoor je bij een inspectie of incident geen aantoonbaar bewijs hebt. Tot slot onderschatten bedrijven regelmatig de urgentie van ontbrekende of niet-functionerende noodstopvoorzieningen, terwijl dit een van de meest kritieke veiligheidseisen is uit het Arbobesluit.

Wanneer wordt een aanpassing aan een oude machine beschouwd als een 'wezenlijke wijziging' die CE-markering vereist?

Van een wezenlijke wijziging is sprake als de aanpassing de oorspronkelijke functie, het gebruik of de veiligheidskenmerken van de machine significant verandert, waardoor nieuwe risico's kunnen ontstaan die bij de oorspronkelijke bouw niet zijn beoordeeld. Denk aan het vervangen van de aandrijving, het aanpassen van de besturing of het uitbreiden van de capaciteit. In dat geval moet de machine opnieuw worden beoordeeld alsof het een nieuwe machine betreft, inclusief CE-markering en een technisch constructiedossier. Twijfel je of een geplande aanpassing als wezenlijk wordt beschouwd? Raadpleeg dan een machinedeskundige voordat je met de werkzaamheden begint.

Hoe betrek ik mijn medewerkers bij de veiligheidsbeoordeling van oude machines?

Medewerkers die dagelijks met een machine werken, zijn een onmisbare informatiebron bij de veiligheidsbeoordeling: zij kennen de eigenaardigheden, terugkerende storingen en onveilige situaties uit de eerste hand. Betrek hen actief bij de risicoanalyse door gerichte vragen te stellen over hun ervaringen en eventuele bijna-ongelukken. Naast hun waardevolle input zijn werkgevers ook wettelijk verplicht om medewerkers voldoende te instrueren over de risico's van de machines waarmee zij werken, en hen te informeren over de maatregelen die zijn genomen om die risico's te beheersen.