Onder de Machineverordening vallen verschillende productcategorieën die voorheen buiten de scope van de Machinerichtlijn vielen. Denk aan machines met zelflerende systemen en bepaalde veiligheidscomponenten. De Machineverordening vervangt de Machinerichtlijn 2006/42/EG en geldt direct als wetgeving in alle EU-lidstaten, zonder nationale omzetting. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over wat er precies verandert en wat dat voor uw organisatie betekent.
De Machineverordening vervangt de Machinerichtlijn volledig. Een belangrijk formeel verschil is dat de Machineverordening rechtstreeks van toepassing is in alle EU-lidstaten, zonder dat nationale wetgeving als tussenstap nodig is. Dit verschil in wetgevingsvorm — de Machinerichtlijn voldeed niet meer aan het nieuwe wetgevende kader (NLF) — is de voornaamste reden voor de vervanging. Andere richtlijnen kregen al in 2014 een update in dit kader; de Machinerichtlijn volgde later.
De Machinerichtlijn stamt uit 2006. De Machineverordening sluit aan op de digitale realiteit van vandaag. Wat daadwerkelijk nieuw of gewijzigd is:
Het conformiteitsbeoordelingsproces onder de Machineverordening is vrijwel identiek aan dat onder de Machinerichtlijn. Het merendeel van de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen is eveneens vrijwel ongewijzigd gebleven. De overgangsperiode loopt tot 20 januari 2027. Machines die vóór die datum rechtmatig in de handel zijn gebracht, mogen daarna nog worden verkocht — bijvoorbeeld vanuit magazijnvoorraad. Dit kan voor serie-producten nog jaren relevant zijn.
De Machineverordening voegt een aantal productcategorieën toe die voorheen expliciet waren uitgesloten of in een grijs gebied vielen. De meest opvallende toevoeging zijn machines met zelflerende systemen. Daarnaast zijn er verfijnde afbakeningen voor bestaande categorieën. Concreet gaat het onder meer om:
Het is raadzaam per producttype opnieuw te beoordelen welke regelgeving van toepassing is, en daarbij ook te bezien of sprake is van een serie-product of een unieke machine — de praktische implicaties kunnen per categorie verschillen.
Onder de Machineverordening wordt software die veiligheidsfuncties van een machine aanstuurt of wijzigt, expliciet als onderdeel van de machine beschouwd. Machines met zelflerende systemen die het gedrag van een machine beïnvloeden op een manier die veiligheidsrelevant is, vallen daarmee ook binnen de scope van de Machineverordening.
Dit is een verschil met de Machinerichtlijn, die software grotendeels buiten beschouwing liet. De nieuwe aanpak betekent concreet:
De samenloop van de Machineverordening en de AI Act is een aandachtspunt voor fabrikanten van slimme machines. Beide regelgevingen stellen eisen, maar vanuit een ander perspectief. De Machineverordening focust op de fysieke veiligheid van het product, terwijl de AI Act zich richt op de betrouwbaarheid en transparantie van het AI-systeem zelf.
Fabrikanten van producten die nieuw onder de Machineverordening vallen, moeten een volledige conformiteitsbeoordeling uitvoeren, technische documentatie samenstellen en een CE-markering aanbrengen vóór 20 januari 2027. De stappen die doorlopen moeten worden zijn:
Voor producten met ingebedde zelflerende systemen is de conformiteitsbeoordeling complexer, omdat het gedrag van het systeem na het in de handel brengen kan veranderen. Fabrikanten moeten nadenken over hoe zij aantonen dat het systeem ook na updates blijft voldoen aan de gestelde veiligheidseisen. Maak hierbij ook onderscheid tussen serie-producten en unieke machines, omdat de aanpak per categorie kan verschillen.
De Machineverordening onderscheidt zich van andere EU-productregelgeving doordat zij als verordening rechtstreeks werkt in alle lidstaten, zonder nationale omzetting. Andere richtlijnen, zoals de Laagspanningsrichtlijn of de ATEX-richtlijn, vereisen nationale implementatie. Of dit in de praktijk leidt tot minder interpretatieverschillen tussen lidstaten, zal de tijd moeten uitwijzen. Naast dit formele verschil zijn er ook inhoudelijke verschillen met aanverwante regelgeving:
Het samenspel van meerdere regelgevingen is een van de meest complexe aspecten voor fabrikanten en gebruikers van industriële machines. Een gestructureerde aanpak waarbij alle van toepassing zijnde regelgeving in kaart wordt gebracht, voorkomt dat er gaten vallen in de conformiteit.
Wij begrijpen dat de overgang naar de Machineverordening voor veel organisaties een flinke uitdaging is, zeker wanneer producten of systemen nieuw in scope vallen. Onze industriële veiligheidsadviseurs hebben diepgaande kennis van de Europese Machinerichtlijn en de Machineverordening, en begeleiden fabrikanten en gebruikers stap voor stap door het proces.
Wat wij concreet voor u kunnen doen:
Met meer dan 30 jaar ervaring in industriële omgevingen en een team dat dagelijks werkt aan veiligheidsvraagstukken in sectoren als Food, Pharma, Energy en Capital Goods, weten wij wat er in de praktijk speelt. Wacht niet tot 2027 om in actie te komen. Neem contact met ons op en ontdek hoe wij uw organisatie klaarstomen voor de Machineverordening.
Ja, de overgangsperiode geldt in principe voor alle producten die onder de nieuwe machineverordening vallen, inclusief producten die al op de markt zijn en door de uitgebreide scope ineens binnen de regelgeving vallen. Dit betekent dat fabrikanten en importeurs ook voor bestaande producten een conformiteitsbeoordeling moeten afronden vóór de deadline. Wacht hier niet mee tot 2026: de doorlooptijd van een volledige conformiteitsbeoordeling, inclusief risicoanalyse en technisch dossier, kan al snel meerdere maanden in beslag nemen.
Een substantiële wijziging is elke aanpassing aan een machine die het veiligheidsniveau beïnvloedt en niet voorzien was in de oorspronkelijke risicoanalyse. Onder de nieuwe machineverordening geldt dit ook expliciet voor software-updates die een veiligheidsfunctie wijzigen of het gedrag van een zelflernend systeem aanpassen. Als een wijziging als substantieel wordt aangemerkt, moet de machine opnieuw worden beoordeeld en is een nieuwe CE-markering vereist. Het is daarom verstandig om bij elke geplande update vooraf te toetsen of deze drempel wordt overschreden.
De AI Act is van toepassing wanneer uw machine een AI-systeem bevat dat is ingebed in een product en invloed heeft op de werking of veiligheid ervan. De AI Act classificeert AI-systemen op basis van risico: hoog-risico AI-systemen in machines — zoals autonome beslissingsalgoritmen in mobiele machines of cobots — vallen onder de strengste eisen. U kunt de toepasselijkheid bepalen door te toetsen of het AI-systeem in uw machine voorkomt op de lijst van hoog-risico toepassingen in Bijlage III van de AI Act. Een gecombineerde scopeanalyse voor zowel de machineverordening als de AI Act is daarbij de meest efficiënte aanpak.
Een veelgemaakte fout is ervan uitgaan dat een bestaande CE-markering onder de Machinerichtlijn automatisch geldig blijft onder de Machineverordening — dat is niet het geval voor producten die nieuw in scope zijn gevallen. Daarnaast onderschatten veel fabrikanten de impact van software en zelflerende systemen op de conformiteitsbeoordeling, en vergeten zij de samenloop met andere regelgeving zoals de AI Act of ATEX in kaart te brengen. Tot slot wordt de technische documentatie regelmatig te laat of onvolledig samengesteld, wat problemen oplevert bij markttoezicht of bij een notified body.
Gebruikers van machines — zoals productiebedrijven en machinebeheerders — hebben geen directe CE-markeringsplicht, maar zijn wel verantwoordelijk voor het veilig in gebruik houden van hun machinepark. Als een gebruiker zelf substantiële wijzigingen aanbrengt aan een machine, bijvoorbeeld door software aan te passen of machines samen te voegen tot een lijn, kan hij juridisch gezien worden beschouwd als fabrikant en gelden alle bijbehorende verplichtingen. Daarnaast is het verstandig om leveranciers proactief te bevragen over de conformiteitsstatus van geleverde machines onder de nieuwe verordening.
De harmonisatie van normen onder de nieuwe machineverordening is op dit moment nog volop in ontwikkeling. De bestaande normen, zoals EN ISO 12100 voor risicobeoordelingen en de C-normen voor specifieke machinetypes, blijven vooralsnog van toepassing zolang zij niet zijn herzien of vervangen. De Europese Commissie werkt samen met normalisatie-instellingen zoals CEN en CENELEC aan geactualiseerde normen die expliciet aansluiten op de nieuwe verordening. Het is aan te raden de ontwikkelingen rondom de geharmoniseerde normenlijst actief te volgen, zodat u tijdig kunt overschakelen zodra herziene normen beschikbaar komen.
Bij een zelfevaluatie (interne conformiteitsbeoordeling) stelt de fabrikant zelf vast dat het product voldoet aan de eisen, zonder tussenkomst van een externe partij. Dit is toegestaan voor machines met een lager risicoprofiel. Voor machines in de zogenoemde Bijlage I van de machineverordening — de lijst met hoog-risicoproducten, zoals persen, houtbewerkingsmachines en bepaalde hef- en hijsinstallaties — is betrokkenheid van een geaccrediteerde notified body verplicht. Bij twijfel over de categorie van uw product is een scopeanalyse door een expert de eerste stap om te bepalen welk beoordelingstraject van toepassing is.