Een inbouwverklaring is een verplicht document dat de fabrikant van een onvolledige machine moet opstellen om aan te tonen dat het product voldoet aan de relevante eisen uit de machinerichtlijnen, maar nog niet zelfstandig in gebruik genomen mag worden. De verklaring bevestigt dat de onvolledige machine uitsluitend bestemd is om in een andere machine of installatie te worden ingebouwd, en dat zij pas aan alle veiligheidseisen voldoet na die inbouw. In dit artikel beantwoorden we de meestgestelde vragen over de inbouwverklaring, van wanneer deze verplicht is tot hoe het document het CE-markeringsproces beïnvloedt.
Een inbouwverklaring is verplicht zodra een product wordt geclassificeerd als een onvolledige machine in de zin van de Machinerichtlijn (2006/42/EG) of de opvolgende Machineverordening (EU) 2023/1230. Een onvolledige machine is een samenstel van onderdelen dat bijna een machine vormt, maar op zichzelf geen specifieke functie kan vervullen. Denk aan een aandrijfsysteem, een robotarm zonder besturing, of een transportband zonder beveiliging.
Het onderscheid met een volledige machine is cruciaal. Een volledige machine krijgt een CE-markering en een EU-conformiteitsverklaring. Een onvolledige machine krijgt géén CE-markering, maar wél een inbouwverklaring. De inbouwverklaring signaleert aan de eindassembleur dat het product nog niet klaar is voor zelfstandig gebruik en dat aanvullende maatregelen nodig zijn.
Praktijkvoorbeelden van onvolledige machines waarbij een inbouwverklaring verplicht is:
Zodra de onvolledige machine in een eindmachine wordt geïntegreerd, valt het geheel onder de volledige verantwoordelijkheid van de eindassembleur, die vervolgens een EU-conformiteitsverklaring opstelt en de CE-markering aanbrengt.
Een inbouwverklaring moet minimaal een aantal verplichte elementen bevatten zoals voorgeschreven door de machinerichtlijnen. Het document identificeert de onvolledige machine, geeft aan welke essentiële veiligheidseisen al zijn toegepast, en vermeldt expliciet dat inbedrijfstelling verboden is totdat het eindproduct aan alle toepasselijke eisen voldoet.
De verplichte inhoud van een inbouwverklaring omvat:
Het is van belang dat de inbouwverklaring nauwkeurig aangeeft welke eisen al zijn nageleefd en welke nog niet. Dit geeft de eindassembleur een duidelijk vertrekpunt en voorkomt misverstanden over de veiligheidsverantwoordelijkheden.
Het kernverschil is dat een EU-conformiteitsverklaring bevestigt dat een product volledig voldoet aan alle toepasselijke eisen en klaar is voor gebruik, terwijl een inbouwverklaring aangeeft dat een product nog niet volledig voldoet en uitsluitend bestemd is voor integratie in een groter geheel. Alleen bij een EU-conformiteitsverklaring mag de CE-markering worden aangebracht.
De EU-conformiteitsverklaring wordt opgesteld voor een volledige machine die gereed is voor gebruik. De fabrikant verklaart hiermee dat het product voldoet aan alle essentiële eisen uit de Machinerichtlijn en eventuele andere toepasselijke richtlijnen. Na ondertekening van deze verklaring mag de CE-markering worden aangebracht en mag het product in de handel worden gebracht.
De inbouwverklaring geldt uitsluitend voor onvolledige machines. De fabrikant verklaart welke eisen al zijn nageleefd, maar bevestigt tegelijkertijd dat het product nog niet zelfstandig in gebruik mag worden genomen. Er wordt géén CE-markering aangebracht op de onvolledige machine zelf. Pas nadat het geheel is geassembleerd en geïntegreerd, stelt de eindassembleur een EU-conformiteitsverklaring op voor het complete systeem.
De verantwoordelijkheid voor het opstellen van de inbouwverklaring ligt bij de fabrikant van de onvolledige machine, of bij diens gemachtigde vertegenwoordiger die in de EU gevestigd is. Dit is de partij die het ontwerp en de productie van de onvolledige machine beheerst en dus het beste weet welke eisen al zijn nageleefd.
In de praktijk roept dit regelmatig vragen op bij toeleveranciers die modules of subsystemen leveren aan grotere OEM-fabrikanten. De toeleverancier is in dat geval de fabrikant van de onvolledige machine en daarmee verantwoordelijk voor de inbouwverklaring. De OEM-fabrikant die het eindproduct assembleert, neemt vervolgens de verantwoordelijkheid over voor de EU-conformiteitsverklaring van het complete systeem.
Enkele aandachtspunten voor de verantwoordelijke partij:
De inbouwverklaring vormt een essentiële bouwsteen in het CE-markeringsproces van de eindmachine. De eindassembleur gebruikt de inbouwverklaringen van alle geïntegreerde onvolledige machines als bewijs dat bepaalde onderdelen al aan specifieke eisen voldoen. Op basis van deze informatie bepaalt de eindassembleur welke aanvullende maatregelen nog nodig zijn om de eindmachine volledig conform te maken. De risicobeoordeling maakt daarbij onderdeel uit van de bredere technische documentatie die de eindassembleur opstelt voor het complete systeem.
Het proces verloopt in de praktijk als volgt:
Een ontbrekende of onvolledige inbouwverklaring kan het CE-markeringsproces aanzienlijk vertragen. Als de eindassembleur niet weet welke eisen al zijn nageleefd door een leverancier, moet hij die beoordeling zelf overdoen. Dat kost tijd en geld. Een zorgvuldig opgestelde inbouwverklaring is daarom niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een praktisch instrument dat de samenwerking in de leveringsketen soepeler maakt.
De regelgeving rondom inbouwverklaringen en machinerichtlijnen is gedetailleerd en vraagt om specifieke expertise. Bij TCPM ondersteunen wij industriële bedrijven bij het navigeren door deze vereisten, van de initiële risicobeoordeling tot het opstellen van de juiste documentatie. Onze industriële veiligheidsadviseurs combineren diepgaande kennis van nationale en internationale wet- en regelgeving met praktijkervaring in complexe industriële omgevingen.
Concreet helpen wij bij:
Wilt u zeker weten dat uw documentatie klopt en uw machines voldoen aan alle geldende eisen? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek met een van onze veiligheidsadviseurs.
Als een inbouwverklaring ontbreekt of onvolledig is, mag de eindassembleur de onvolledige machine wettelijk gezien niet integreren in de eindmachine zonder aanvullende beoordeling. Dit kan leiden tot aanzienlijke vertragingen in het CE-markeringsproces, extra kosten voor de eindassembleur en mogelijke handhavingsmaatregelen van markttoezichthouders. In het ergste geval kan het ontbreken van de verklaring ertoe leiden dat de eindmachine niet in de handel gebracht mag worden.
De inbouwverklaring moet worden opgesteld in de officiële taal of talen van het EU-land waar de onvolledige machine in de handel wordt gebracht of in gebruik wordt genomen. Als u levert aan afnemers in meerdere landen, is het verstandig om de verklaring in meerdere talen op te stellen of te laten vertalen. De fabrikant is verantwoordelijk voor het leveren van een correcte vertaling.
Ja, het concept van de inbouwverklaring blijft bestaan onder de Machineverordening (EU) 2023/1230, die de Machinerichtlijn 2006/42/EG gefaseerd vervangt. De Machineverordening introduceert enkele gerichte aanvullingen ten opzichte van de Machinerichtlijn, waaronder eisen rondom cyberveiligheid (artikel 1.1.9) en een uitbreiding van artikel 1.2.1, alsmede de toevoeging van machines met zelflerende systemen binnen de reikwijdte. Voor het overige zijn de eisen grotendeels gelijk gebleven. Bedrijven doen er verstandig aan hun bestaande sjablonen en procedures tijdig te toetsen aan de nieuwe vereisten, zodat zij goed voorbereid zijn op de overgangsperiode. Machines die vóór 20 januari 2027 rechtmatig in de handel zijn gebracht op basis van de Machinerichtlijn, mogen daarna nog worden verkocht vanuit de bestaande voorraad.
Als een onvolledige machine onder meerdere richtlijnen valt, moet de inbouwverklaring verwijzen naar álle toepasselijke richtlijnen en per richtlijn aangeven welke essentiële eisen al zijn nageleefd. In de praktijk wordt dit opgenomen in één gecombineerd document, waarbij per richtlijn een aparte sectie wordt uitgewerkt. Het is belangrijk dat u per richtlijn zorgvuldig bijhoudt welke geharmoniseerde normen zijn toegepast, zodat de eindassembleur een volledig en betrouwbaar beeld heeft.
Elke substantiële wijziging aan een onvolledige machine na de afgifte van de inbouwverklaring vereist een nieuwe beoordeling van de eisen die eerder als nageleefd zijn verklaard. Als de wijziging invloed heeft op de veiligheid of de naleving van essentiële eisen, moet een nieuwe of herziene inbouwverklaring worden opgesteld. Het is raadzaam om een intern wijzigingsbeheerproces te hanteren waarin automatisch wordt getoetst of bestaande verklaringen nog geldig zijn na een productaanpassing.
In principe kan een inbouwverklaring gelden voor een productfamilie of reeks van gelijksoortige onvolledige machines, mits de machines qua ontwerp, functie en veiligheidskenmerken voldoende overeenkomen en alle relevante type- en serienummergegevens correct zijn opgenomen. Zodra er echter significante technische verschillen bestaan die de naleving van essentiële eisen beïnvloeden, is een aparte verklaring per variant vereist. Raadpleeg bij twijfel een veiligheidsadviseur om te bepalen of een generieke verklaring juridisch houdbaar is voor uw productlijn.
Op grond van de Machinerichtlijn en de Machineverordening moet de inbouwverklaring samen met de bijbehorende technische documentatie minimaal tien jaar worden bewaard na de datum waarop de onvolledige machine voor het laatste is geproduceerd. Deze bewaarplicht geldt voor de fabrikant of diens gemachtigde vertegenwoordiger in de EU. Zorg ervoor dat de documentatie gestructureerd en toegankelijk wordt opgeslagen, zodat u bij een eventuele inspectie door markttoezichthouders snel kunt aantonen dat u aan alle verplichtingen voldoet.