Wat verstaat de machinerichtlijn onder een gevaarlijke zone?

Industriële machinebeveiliging met geel-zwarte gevaarsmarkering rond draaiende componenten, ingenieur met witte helm op veilige afstand.

Onder de Machinerichtlijn is een gevaarlijke zone elk gebied binnen of rondom een machine waar een persoon wordt blootgesteld aan een risico voor zijn veiligheid of gezondheid. Deze definitie geldt voor zowel de Machinerichtlijn 2006/42/EG als de opvolger daarvan, de Machineverordening (EU) 2023/1230, die fabrikanten verplicht risico’s systematisch in kaart te brengen. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over gevaarlijke zones, van de wettelijke definitie tot de praktische verplichtingen voor fabrikanten. Voor een gedegen aanpak van industriële veiligheid is het begrijpen van deze zones een onmisbare eerste stap.

Waar in de Machinerichtlijn staat de definitie van een gevaarlijke zone?

De definitie van een gevaarlijke zone is vastgelegd in artikel 2, onderdeel k, van de Machinerichtlijn 2006/42/EG. Daar staat letterlijk dat een gevaarlijke zone “iedere zone binnen en/of rondom een machine is, waar een persoon wordt blootgesteld aan een risico voor zijn veiligheid of gezondheid.” Deze definitie is bewust breed gehouden, zodat ze van toepassing is op alle typen machines en alle denkbare risicosituaties.

De richtlijn maakt daarbij geen onderscheid tussen zones die zich binnenin de machine bevinden, zoals een beweeglijk mechanisme, en zones die zich er direct omheen bevinden, zoals een uitwerpzone voor materialen. Beide vallen onder dezelfde definitie. Dit brede toepassingsbereik dwingt fabrikanten om niet alleen te kijken naar het directe contactpunt met gevaarlijke onderdelen, maar ook naar de omgeving waar indirecte blootstelling kan plaatsvinden.

Met de komst van de Machineverordening (EU) 2023/1230, die de Machinerichtlijn vervangt, blijft deze basisdefinitie inhoudelijk gelijk. De Machineverordening voegt aanvullende eisen toe voor machines met zelflerende systemen en kunstmatige intelligentie, waarbij het bepalen van gevaarlijke zones complexer wordt.

Welke soorten gevaren vallen onder een gevaarlijke zone?

Onder een gevaarlijke zone vallen alle zones waar een persoon wordt blootgesteld aan mechanische, elektrische, thermische, chemische, biologische of ergonomische gevaren. De Machinerichtlijn hanteert hierbij een brede benadering: het gaat niet alleen om direct aanraakbare gevaarlijke onderdelen, maar om elk risico dat voortkomt uit de aanwezigheid of werking van de machine.

De meest voorkomende categorieën zijn:

  • Mechanische gevaren: knelgevaar, snijgevaar, beknelling door bewegende delen, uitwerpgevaar van materialen of gereedschap
  • Elektrische gevaren: aanraking van onder spanning staande delen, elektrische ontlading, elektrostatische lading
  • Thermische gevaren: contact met hete of koude oppervlakken, straling van warmtebronnen
  • Geluid en trillingen: zones waar het geluidsniveau gehoorschade kan veroorzaken of trillingen op het lichaam inwerken
  • Gevaarlijke stoffen: zones waar stof, damp, nevel of gas vrijkomt dat ingeademd of opgenomen kan worden
  • Straling: zones rondom lasapparatuur, röntgenbronnen of lasers

Een zone hoeft niet permanent gevaarlijk te zijn om als gevaarlijke zone te gelden. Ook tijdelijke gevaren, zoals die optreden tijdens onderhoud, instelling of reiniging, vallen onder de definitie. Dit is een punt dat in de praktijk regelmatig over het hoofd wordt gezien: de machine staat stil, maar de zone is nog steeds gevaarlijk doordat restenergie aanwezig is of doordat onderhoudswerkzaamheden zelf nieuwe risico’s introduceren.

Hoe bepaalt een fabrikant de grenzen van een gevaarlijke zone?

Een fabrikant bepaalt de grenzen van een gevaarlijke zone door een systematische risicobeoordeling uit te voeren. In de praktijk wordt hiervoor doorgaans de geharmoniseerde norm EN ISO 12100 gehanteerd, die als gebruikelijke methode geldt. Dit proces begint met het vaststellen van de machinegrenzen, gevolgd door het identificeren van gevaren en het beoordelen van de bijbehorende risico’s. De grenzen van de gevaarlijke zone worden bepaald door de reikwijdte van elk geïdentificeerd gevaar.

In de praktijk doorloopt een fabrikant de volgende stappen:

  1. Bepaal de machinegrenzen: dit omvat de ruimtelijke grenzen (bewegingsbereik, werkruimte, interactiezones), de tijdsgrenzen (levensduur, gebruiksfasen) en de gebruiksgrenzen (bedieners, onderhoudspersoneel, omstanders)
  2. Identificeer alle gevaren: loop alle levensfasen door, van transport en installatie tot normaal gebruik, onderhoud en buitengebruikstelling
  3. Bepaal de reikwijdte van elk gevaar: hoe ver reikt een beweeglijk deel? Hoe ver verspreidt een gevaarlijke stof zich? Hoe groot is de uitwerpzone van een gereedschap?
  4. Stel de grens van de zone vast: de grens ligt daar waar de blootstelling aan het gevaar tot een aanvaardbaar niveau daalt of volledig verdwijnt

Een belangrijk aandachtspunt is dat de grenzen van een gevaarlijke zone niet statisch zijn. Ze kunnen veranderen afhankelijk van de bedrijfsmodus van de machine. Een robot die in automatische modus opereert, heeft een andere gevaarlijke zone dan dezelfde robot in onderhoudsstand. De risicobeoordeling moet al deze modi afzonderlijk behandelen.

Wat is het verschil tussen een gevaarlijke zone en een beschermde zone?

Een gevaarlijke zone is de ruimte waar een risico aanwezig is; een beschermde zone is de ruimte die door een beveiligingsmaatregel wordt afgeschermd om toegang tot de gevaarlijke zone te voorkomen of te beheersen. De beschermde zone omsluit de gevaarlijke zone en is het resultaat van de toegepaste risicoreductiemaatregel, niet de zone zelf waar het gevaar bestaat.

Het onderscheid is praktisch relevant omdat beide zones andere eisen stellen:

  • De gevaarlijke zone wordt bepaald door de aard en reikwijdte van het gevaar. Ze bestaat ongeacht of er beschermingsmaatregelen zijn getroffen.
  • De beschermde zone wordt bepaald door de gekozen beveiligingsmaatregel, zoals een vaste afscherming, een beweegbare bewaker, een veiligheidsmat of een lichtscherm. De omvang ervan moet zo worden gekozen dat toegang tot de gevaarlijke zone effectief wordt voorkomen of gecontroleerd.

In de praktijk moet de beschermde zone altijd groter zijn dan de gevaarlijke zone, rekening houdend met de reikwijdte van de menselijke arm of het lichaam. Hiervoor bestaan geharmoniseerde normen zoals EN ISO 13857, die veiligheidsafstanden vastlegt om te voorkomen dat iemand via een opening in de afscherming alsnog de gevaarlijke zone kan bereiken.

Welke verplichtingen gelden voor zones rondom een machine?

Fabrikanten zijn verplicht om gevaarlijke zones te identificeren, te beoordelen en door middel van een hiërarchische aanpak te beveiligen. Deze aanpak, vastgelegd in bijlage I van de Machinerichtlijn en uitgewerkt in EN ISO 12100, schrijft voor dat gevaren eerst worden geëlimineerd, daarna worden afgeschermd en pas als laatste worden beheerst via waarschuwingen of persoonlijke beschermingsmiddelen.

De concrete verplichtingen zijn:

  • Risicobeoordeling documenteren: de fabrikant moet aantonen dat alle gevaarlijke zones zijn geïdentificeerd en beoordeeld als onderdeel van het technisch constructiedossier onder de Machinerichtlijn, respectievelijk de technische documentatie onder de Machineverordening
  • Beveiligingsmaatregelen treffen: voor elke gevaarlijke zone moet een passende maatregel worden gekozen op basis van de risicoreductiehiërarchie
  • Residuele risico’s communiceren: gevaren die niet volledig kunnen worden geëlimineerd, moeten worden vermeld in de gebruiksaanwijzing en indien nodig worden aangegeven met waarschuwingssignalering op de machine
  • Veiligheidsafstanden toepassen: beschermingsconstructies moeten worden gedimensioneerd conform de toepasselijke normen voor veiligheidsafstanden
  • Verificatie en validatie uitvoeren: de fabrikant moet controleren of de getroffen maatregelen daadwerkelijk het beoogde risicoreductieniveau bereiken

Voor gebruikers van machines gelden aanvullende verplichtingen vanuit de Arbowetgeving. Werkgevers zijn verplicht om gevaarlijke zones duidelijk te markeren, toegang te beheersen en werknemers te instrueren over de risico’s. Dit geldt ook voor zones die pas gevaarlijk worden tijdens specifieke werkzaamheden zoals onderhoud of reiniging.

Hoe TCPM helpt met de Machinerichtlijn, de Machineverordening en gevaarlijke zones

Het correct identificeren en beveiligen van gevaarlijke zones is een specialistische taak die technische kennis, kennis van wet- en regelgeving en praktijkervaring vereist. Precies daar helpen wij onze klanten mee. Onze veiligheidsadviseurs ondersteunen fabrikanten en gebruikers van industriële machines bij het voldoen aan de eisen van de Machinerichtlijn en de Machineverordening.

Wat wij concreet voor u doen:

  • Uitvoeren van een volledige risicobeoordeling conform EN ISO 12100
  • Identificeren en afbakenen van gevaarlijke zones in alle bedrijfsmodi
  • Adviseren over passende beveiligingsmaatregelen en veiligheidsafstanden
  • Opstellen en reviewen van technische documentatie en technische constructiedossiers voor CE-markering
  • Begeleiden bij de implementatie van functionele veiligheid conform IEC 62061 en EN ISO 13849
  • Ondersteunen bij de transitie naar de Machineverordening (EU) 2023/1230

Met meer dan 30 jaar ervaring in industriële omgevingen en een team van deskundige veiligheidsadviseurs bieden wij complete en integrale oplossingen. Heeft u vragen over de gevaarlijke zones rondom uw machine of wilt u weten of uw huidige situatie voldoet aan de geldende eisen? Neem contact met ons op en wij denken graag met u mee.

Veelgestelde vragen

Moet ik de gevaarlijke zones opnieuw beoordelen als ik een bestaande machine aanpas of uitbreid?

Ja, elke substantiële wijziging aan een machine — zoals het toevoegen van een module, het aanpassen van de software of het verhogen van de productiesnelheid — kan de aard en reikwijdte van bestaande gevaarlijke zones veranderen of nieuwe zones introduceren. In dat geval bent u als fabrikant of modificerende partij verplicht een nieuwe of aanvullende risicobeoordeling uit te voeren. Afhankelijk van de omvang van de wijziging kan de machine ook opnieuw beoordeeld moeten worden in het kader van CE-markering.

Hoe ga ik om met gevaarlijke zones bij machines die samenwerken in een productielijn?

Wanneer meerdere machines samenwerken in een lijn of cel, kunnen er nieuwe gevaarlijke zones ontstaan op de koppelpunten tussen de afzonderlijke machines — zones die bij de beoordeling van de individuele machines mogelijk niet zichtbaar waren. De Machinerichtlijn verplicht u om in dat geval ook de samenstelling als geheel te beoordelen. Dit betekent dat u de interactiezones, de synchronisatie van bewegingen en de toegangsmogelijkheden voor operators en onderhoudspersoneel integraal in kaart moet brengen.

Welke veelgemaakte fouten worden er gemaakt bij het afbakenen van gevaarlijke zones?

Een van de meest voorkomende fouten is dat gevaarlijke zones uitsluitend worden beoordeeld voor de normale bedrijfsmodus, terwijl zones tijdens onderhoud, instelling, reiniging of storingsherstel vaak andere — en soms grotere — risico's met zich meebrengen. Een andere veelgemaakte fout is het onderschatten van de reikwijdte van een zone: de grens wordt te krap getrokken, waardoor beveiligingsmaatregelen onvoldoende bescherming bieden. Tot slot wordt de aanwezigheid van omstanders of derden (zoals logistiek personeel) regelmatig over het hoofd gezien bij het bepalen van de blootgestelde personen.

Wat is het verschil tussen de Machinerichtlijn 2006/42/EG en de Machineverordening (EU) 2023/1230 op het gebied van gevaarlijke zones?

De basisdefinitie van een gevaarlijke zone blijft inhoudelijk gelijk in beide regelgevingen. Een relevant verschil betreft de eisen die de Machineverordening stelt aan machines met zelflerende systemen en autonome functionaliteit. Voor dit type machines wordt het bepalen van gevaarlijke zones complexer, omdat het gedrag van de machine minder voorspelbaar is en de zones dynamisch kunnen veranderen. De Machineverordening is van toepassing vanaf 20 januari 2027; machines die vóór die datum rechtmatig in de handel zijn gebracht onder de Machinerichtlijn mogen daarna nog worden verkocht. Fabrikanten doen er verstandig aan om hun risicobeoordelingsprocessen tijdig te toetsen aan de nieuwe eisen.

Hoe markeer ik gevaarlijke zones correct op de werkvloer?

Gevaarlijke zones op de werkvloer worden gemarkeerd conform de Europese richtlijn 92/58/EEG over veiligheidssignalering en de bijbehorende nationale Arboregelgeving. In de praktijk gebeurt dit doorgaans met gele en zwarte gevaarsstrepen op de vloer, gecombineerd met pictogrammen en waarschuwingsborden die het specifieke gevaar aangeven. Houd er rekening mee dat markering alleen als een aanvullende maatregel geldt: het vervangt geen technische afscherming of beveiligingssysteem, maar informeert werknemers over de aanwezigheid van een restrisico.

Welke norm moet ik gebruiken voor het berekenen van veiligheidsafstanden rondom gevaarlijke zones?

Voor het berekenen van veiligheidsafstanden is EN ISO 13857 de primaire geharmoniseerde norm. Deze norm geeft concrete waarden voor de minimale afstand tussen een beveiligingsconstructie en de gevaarlijke zone, afhankelijk van de lichaamshouding, de benadering (van bovenaf, van opzij of door een opening) en de leeftijdsgroep van de betrokken personen. Aanvullend kunt u EN ISO 13855 raadplegen voor het bepalen van de positie van veiligheidsschakelaars en lichtschermen in relatie tot de gevaarlijke zone.

Vanaf welk punt ben ik als gebruiker (werkgever) verantwoordelijk voor gevaarlijke zones, en wanneer ligt de verantwoordelijkheid bij de fabrikant?

De fabrikant is verantwoordelijk voor het identificeren, beoordelen en zoveel mogelijk beveiligen van gevaarlijke zones vóór het in de handel brengen van de machine — dit is een verplichting onder de Machinerichtlijn. Zodra de machine in gebruik is genomen, draagt de werkgever als gebruiker de verantwoordelijkheid om de machine veilig te gebruiken, de zones correct te markeren, de toegang te beheersen en medewerkers afdoende te instrueren, conform de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbobesluit. In de praktijk overlappen deze verantwoordelijkheden: als een werkgever de machine aanpast of in een andere context inzet dan waarvoor ze is ontworpen, kunnen er nieuwe verplichtingen ontstaan die vergelijkbaar zijn met die van een fabrikant.