Machines die op een voertuig zijn gemonteerd, moeten voldoen aan de CE-markeringseisen van de Machinerichtlijn (2006/42/EG), aangevuld met de voertuigspecifieke typegoedkeuringsregelgeving. Welke richtlijn de boventoon voert, hangt af van de functie van het systeem: rijden of werken. In de praktijk gelden vaak beide regimes tegelijk, wat de conformiteitsbeoordeling complexer maakt dan bij een standaard machine. Dit artikel beantwoordt de meest gestelde vragen over dit onderwerp, van toepasselijke richtlijnen tot veelgemaakte fouten. Als u meer wilt weten over hoe wij omgaan met industriële veiligheid, leest u dat verderop.
Voor voertuiggemonteerde machines gelden doorgaans twee regelgevingskaders naast elkaar: de Machinerichtlijn 2006/42/EG voor het machinedeel en de Europese voertuigtypegoedkeuringsregelgeving (zoals Verordening 2018/858 voor motorvoertuigen) voor het voertuigdeel. Welke richtlijn dominant is, hangt af van het gebruik en de primaire functie van het gecombineerde systeem.
Daarnaast kunnen de volgende richtlijnen van toepassing zijn:
Een kraan op een vrachtwagen, een betonpomp op een chassis of een mobiele boorinstallatie: elk van deze systemen combineert een rijdend voertuig met een werkende machine. Het is essentieel om al in de ontwerpfase te bepalen welke richtlijnen van toepassing zijn, zodat u de conformiteitsbeoordelingen correct kunt doorlopen.
De grens tussen voertuig en machine wordt bepaald door de functionele scheiding: alles wat bijdraagt aan de voortbeweging valt onder de voertuigregelgeving, alles wat een werkfunctie uitvoert valt onder de Machinerichtlijn. In de praktijk is deze grens echter zelden scherp, omdat hydraulische systemen, aandrijflijnen en besturingscomponenten vaak gedeeld worden.
Een handige vuistregel is de vraag: wordt dit onderdeel gebruikt tijdens het rijden of tijdens het werken? De aftakasaandrijving van een vrachtwagen die een pomp aandrijft, is een klassiek grensgeval. De aftakas zelf valt onder het voertuig, maar de pomp en de aansluiting erop vallen onder de Machinerichtlijn.
Technisch gezien kijkt de conformiteitsbeoordeling naar de interface tussen voertuig en machine als het kritieke aandachtspunt. Hier moet duidelijk worden vastgelegd welke partij verantwoordelijk is voor welk deel, inclusief de veiligheidsrelevante verbindingen. Wanneer het voertuig speciaal is aangepast voor de montage, kan ook de voertuigtypegoedkeuring opnieuw in het geding komen.
De technische documentatie voor een voertuiggemonteerde machine moet alle elementen bevatten die de Machinerichtlijn vereist voor een standaard machine, aangevuld met informatie over de integratie met het voertuig. Denk aan montage-instructies, belastingberekeningen en een beschrijving van de interface tussen voertuig en machine.
Concreet bevat het technisch constructiedossier minimaal:
Een punt dat vaak wordt onderschat: de gebruiksaanwijzing moet ook de beperkingen van gebruik tijdens het rijden beschrijven. Als de machine alleen mag worden bediend als het voertuig stilstaat, moet dat expliciet en ondubbelzinnig worden vermeld.
Voor mobiele werktuigen zijn de meest relevante geharmoniseerde normen de EN ISO 4413 (hydraulische systemen), EN ISO 13849 (veiligheidsgerelateerde besturingssystemen) en de EN 13000-serie voor mobiele kranen. Welke normen precies van toepassing zijn, hangt af van het type machine en de uitgevoerde werkzaamheden.
Hieronder een overzicht van veelgebruikte normen per categorie:
Het gebruik van geharmoniseerde normen is technisch gezien vrijwillig, maar geeft wel een vermoeden van overeenstemming met de essentiële veiligheidseisen van de Machinerichtlijn. In de praktijk is afwijken van deze normen moeilijk te verdedigen zonder uitgebreide alternatieve onderbouwing.
Bij een gecombineerd systeem van voertuig en machine is de fabrikant of de samensteller van het gehele systeem verantwoordelijk voor de CE-markering van het machinedeel. Dit is vaak de partij die de machine op het voertuig monteert, ook als het voertuig en de machine afzonderlijk zijn ingekocht. De voertuigfabrikant draagt verantwoordelijkheid voor de typegoedkeuring van het rijdende deel.
In de praktijk ontstaan er drie veelvoorkomende constructies:
Het is dus niet voldoende om te verwijzen naar de CE-markering van de afzonderlijke machine of het voertuig. De combinatie als geheel moet worden beoordeeld, en de verantwoordelijkheid voor die beoordeling moet contractueel en technisch helder zijn vastgelegd.
De meest voorkomende fout bij de conformiteitsbeoordeling van voertuigmontages is het behandelen van de machine en het voertuig als twee losstaande producten, terwijl de combinatie als één geïntegreerd systeem beoordeeld moet worden. Dit leidt tot hiaten in de risicobeoordeling, onvolledige technische documentatie en een ongeldige CE-markering.
Andere veelgemaakte fouten zijn:
Een bijzonder aandachtspunt vormt de situatie waarbij een bestaand voertuig achteraf wordt uitgerust met een machine. In dat geval wordt de monterende partij juridisch gezien de fabrikant van de gecombineerde machine, met alle bijbehorende verplichtingen. Wie dit niet weet, loopt onbewust een aanzienlijk aansprakelijkheidsrisico.
CE-markering voor voertuiggemonteerde machines vraagt om een combinatie van diepgaande kennis van machinerichtlijnen, voertuigregelgeving en praktijkervaring met industriële systemen. Wij bij TCPM brengen precies die combinatie mee. Onze veiligheidsadviseurs begeleiden u door het volledige traject, van de eerste risicobeoordeling tot de definitieve EU-conformiteitsverklaring.
Wat wij voor u doen:
Of het nu gaat om een nieuwe machine in ontwikkeling of een bestaande montage die moet worden getoetst: wij denken graag met u mee. Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek over uw situatie.
Ja, in de meeste gevallen is een nieuwe beoordeling vereist. De CE-markering van de machine is gekoppeld aan de specifieke integratie met een voertuig. Als het nieuwe voertuig een ander chassis, andere hydraulische aansluitingen of andere elektrische architectuur heeft, veranderen de interfaceomstandigheden en daarmee de risico's van het gecombineerde systeem. Het technisch constructiedossier en de risicobeoordeling moeten dan worden bijgewerkt en opnieuw worden vastgesteld.
Als aanpassingen aan het voertuigchassis, de remmen, de elektrische installatie of de asbelasting buiten de grenzen van de originele typegoedkeuring vallen, kan de typegoedkeuring inderdaad vervallen. In dat geval moet een individuele voertuigkeuring worden aangevraagd bij de bevoegde nationale instantie, zoals de RDW in Nederland. Dit is een apart traject van de CE-markering van de machine en moet parallel worden geregeld om legaal gebruik op de openbare weg te garanderen.
Dat hangt af van het type machine en de van toepassing zijnde richtlijnen. Voor de meeste machines onder de Machinerichtlijn 2006/42/EG geldt dat een zelfbeoordeling door de fabrikant volstaat, mits de machine niet voorkomt op Bijlage IV van de richtlijn. Voor Bijlage IV-machines, zoals bepaalde typen mobiele kranen of machines voor ondergronds gebruik, is betrokkenheid van een aangemelde instantie (notified body) wel verplicht. Controleer altijd of uw specifieke machine onder deze categorie valt voordat u het conformiteitstraject start.
Het monteren van een gebruikte machine op een nieuw voertuig wordt beschouwd als het samenstellen van een nieuwe geïntegreerde machine. De monterende partij wordt daarmee juridisch de fabrikant van het gecombineerde systeem en is verantwoordelijk voor een volledige nieuwe conformiteitsbeoordeling, ook al had de machine eerder al een geldige CE-markering. De bestaande technische documentatie van de machine kan als input dienen, maar de risicobeoordeling en het technisch constructiedossier moeten de nieuwe integratiesituatie volledig beschrijven.
Bij een incident met een voertuiggemonteerde machine zonder geldige CE-markering kan de verantwoordelijke partij — vaak de monterende partij of eindgebruiker — aansprakelijk worden gesteld op grond van productaansprakelijkheid én arbeidsomstandighedenwetgeving. Daarnaast zijn er praktische gevolgen mogelijk, zoals retourlogistiek en reputatieschade. Verzekeraars kunnen uitkering weigeren als blijkt dat de machine niet conform de geldende regelgeving in de handel is gebracht. Bovendien kan de Inspectie SZW in voorkomende gevallen een gebruiksverbod opleggen of een boete uitschrijven. Een correcte CE-markering is de juridische verklaring dat de machine aan de toepasselijke eisen voldoet, en biedt daarmee ook bescherming bij incidenten.
De stabiliteitsanalyse is een verplicht onderdeel van de risicobeoordeling voor voertuiggemonteerde machines en omvat zowel de statische situatie (machine in bedrijf, voertuig stilstaand) als de dynamische situatie (transport over ongelijk terrein). Hierbij worden factoren als het zwaartepunt van het gecombineerde systeem, de maximale uitreikwijdte van de machine, de toegestane hellingshoek en de asbelasting meegenomen. De risicobeoordeling maakt deel uit van het technisch constructiedossier. Geharmoniseerde normen zoals EN 13000 (mobiele kranen) bevatten specifieke rekenmodellen voor stabiliteitsberekeningen; voor andere machinetypen moet een equivalente aanpak worden onderbouwd in het technisch constructiedossier.
Ja, dit is een expliciet vereiste die in de praktijk regelmatig wordt onderschat. De gebruiksaanwijzing moet duidelijk beschrijven onder welke omstandigheden de machine al dan niet mag worden bediend tijdens het rijden, wat de maximaal toegestane rijsnelheid is met de machine in transportstand, en welke vergrendelingen of borginrichtingen moeten worden geactiveerd voor aanvang van het transport. Ook informatie over maximale hellingshoeken, verboden ondergronden en de invloed van de machine op het rijgedrag van het voertuig zijn verplichte onderdelen van een volledige gebruiksaanwijzing.