Welke stappen doorloop je bij een risicobeoordeling volgens de machinerichtlijn?

Veiligheidsingenieur met helm en klembord inspecteert roterende onderdelen en veiligheidsafschermingen van industriële machine.

Bij een risicobeoordeling volgens de Machinerichtlijn doorloop je een gestructureerd proces van zes stappen: het vaststellen van de grenzen van de machine, het identificeren van gevaren, het inschatten en evalueren van risico’s, het treffen van reductiemaatregelen en het documenteren van het gehele proces. Dit proces is verplicht voor elke fabrikant of importeur die een machine in de handel wil brengen op de Europese markt en vormt de basis voor industriële veiligheid en CE-markering. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over dit proces, van de verplichte onderdelen tot het moment waarop CE-markering daadwerkelijk mogelijk is.

Wat zijn de verplichte onderdelen van een risicobeoordeling?

Een risicobeoordeling volgens de Machinerichtlijn bestaat uit twee verplichte hoofdonderdelen: de risicoanalyse en de risicoevaluatie. De risicoanalyse omvat het bepalen van de grenzen van de machine, het identificeren van gevaren en het inschatten van de omvang van elk risico. De risicoevaluatie beoordeelt vervolgens of de geïdentificeerde risico’s aanvaardbaar zijn.

Samen vormen deze onderdelen de grondslag voor het nemen van reductiemaatregelen en het aantonen van conformiteit. De Machinerichtlijn schrijft voor dat de risicobeoordeling systematisch en gedocumenteerd wordt uitgevoerd. Dat betekent dat je niet alleen de gevaren en risico’s vastlegt, maar ook de redenering achter de ingeschatte ernst en waarschijnlijkheid.

Daarnaast is de risicobeoordeling een iteratief proces. Elke keer dat je een reductiemaatregel treft, beoordeel je opnieuw of er nieuwe gevaren zijn ontstaan en of het restrisico acceptabel is. Dit herhalende karakter is een expliciete vereiste van de richtlijn en wordt in de praktijk regelmatig over het hoofd gezien.

Hoe stel je de grenzen van een machine correct vast?

De grenzen van een machine stel je vast door vier dimensies in kaart te brengen: de gebruiksgrenzen, de ruimtegrenzen, de tijdsgrenzen en de overige grenzen, zoals de omgeving en de interactie met andere machines. Het correct vaststellen van deze grenzen is de eerste en meest bepalende stap, omdat alle latere analyses hierop voortbouwen.

Gebruiksgrenzen en doelgroep

Bij de gebruiksgrenzen beschrijf je het beoogde gebruik van de machine en het redelijkerwijs te voorziene misbruik. Denk aan de taken die operators uitvoeren, de verwachte bekwaamheid van gebruikers en eventueel kwetsbare groepen, zoals onervaren medewerkers of onderhoudstechnici. Ook voorzienbaar verkeerd gebruik, zoals het omzeilen van beveiligingen, moet je hier opnemen.

Ruimte- en tijdsgrenzen

De ruimtegrenzen omvatten het bewegingsbereik van de machine, de benodigde ruimte voor bediening en onderhoud, en de interacties met andere installaties in de omgeving. De tijdsgrenzen gaan over de verwachte levensduur van de machine, de onderhoudsintervallen en de perioden waarin de machine in gebruik is. Door ook de tijdsdimensie mee te nemen, voorkom je dat risico’s die pas later in de levenscyclus optreden, buiten de analyse vallen.

Hoe identificeer je alle gevaren bij een machine?

Gevaren identificeer je systematisch door alle levensfasen van de machine te doorlopen, alle relevante gevarencategorieën langs te gaan en de wisselwerking tussen mens en machine in elke situatie te analyseren. Een gangbare methode is het gebruik van de gevarenlijst uit de norm EN ISO 12100, die als leidraad dient bij de Machinerichtlijn.

De gevarencategorieën uit EN ISO 12100 omvatten onder andere:

  • Mechanische gevaren, zoals beknelling, snijden en botsen
  • Elektrische gevaren, zoals aanraking van onder spanning staande delen
  • Thermische gevaren, zoals contact met hete of koude oppervlakken
  • Gevaren door lawaai en trillingen
  • Gevaren door straling, zoals laserlicht of elektromagnetische velden
  • Gevaren door materialen en stoffen, zoals chemische blootstelling
  • Ergonomische gevaren, zoals onnatuurlijke houdingen of overbelasting

Naast het doorlopen van deze categorieën is het essentieel om alle levensfasen mee te nemen: transport, installatie, inbedrijfstelling, normaal gebruik, onderhoud, reiniging, storingen en buitenbedrijfstelling. Gevaren die alleen tijdens onderhoud optreden, worden anders gemakkelijk over het hoofd gezien.

Hoe bereken en evalueer je de omvang van een risico?

De omvang van een risico bereken je door twee factoren te combineren: de ernst van de mogelijke schade en de waarschijnlijkheid dat die schade optreedt. De waarschijnlijkheid wordt verder opgesplitst in de blootstellingsfrequentie, de kans dat een gevaarlijke situatie leidt tot een ongeval en de mogelijkheid om het gevaar te vermijden of te beperken.

In de praktijk gebruik je hiervoor een risicoschattingsmethode, zoals een risicograaf of een risicomatrix. De norm EN ISO 12100 beschrijft de principes, terwijl normen zoals EN ISO 13849 aanvullende methoden bieden voor veiligheidsgerelateerde besturingssystemen. De keuze van de methode hangt af van het type machine en de complexiteit van de gevaren.

Na de schatting volgt de risicoevaluatie: is het ingeschatte risico aanvaardbaar of moet het verder worden gereduceerd? Een risico is aanvaardbaar als het voldoet aan de stand der techniek en vergelijkbaar is met het risiconiveau van goed ontworpen machines met hetzelfde doel. Wanneer dat niet het geval is, ga je terug naar de maatregelenfase.

Welke risicoreductiemaatregelen zijn verplicht volgens de richtlijn?

De Machinerichtlijn verplicht het toepassen van risicoreductie volgens het drietrapsmodel, ook wel de veiligheidshiërarchie of het principe van inherent veilig ontwerp genoemd. De volgorde is bindend: je begint altijd met inherent veilig ontwerp, daarna technische beveiligingsmaatregelen en pas als laatste informatie voor de gebruiker.

De drie verplichte stappen zijn:

  1. Inherent veilig ontwerp: Elimineer het gevaar of verminder het risico door de constructie zelf aan te passen, bijvoorbeeld door scherpe randen te verwijderen, veilige materialen te kiezen of gevaarlijke bewegingen te beperken.
  2. Technische en aanvullende beveiligingsmaatregelen: Pas afschermingen, vergrendelingen, noodstopvoorzieningen of andere technische middelen toe om het restrisico te beheersen dat na stap 1 overblijft.
  3. Informatie voor gebruik: Verstrek waarschuwingen, instructies en persoonlijke beschermingsmiddelen voor risico’s die na stap 1 en 2 nog resteren. Deze stap vervangt nooit de eerste twee.

Een veelgemaakte fout is het direct overstappen naar stap 3, bijvoorbeeld door uitsluitend waarschuwingsstickers te plaatsen. De richtlijn vereist dat je eerst aantoont dat de hogere stappen niet uitvoerbaar zijn of het risico onvoldoende reduceren voordat je naar de volgende stap gaat.

Wanneer is een risicobeoordeling volledig en CE-markering mogelijk?

Een risicobeoordeling is volledig wanneer alle gevaren zijn geïdentificeerd, alle risico’s zijn ingeschat en geëvalueerd, de reductiemaatregelen zijn toegepast en het restrisico aanvaardbaar is bevonden. Pas dan mag je het technisch constructiedossier opstellen, de EU-conformiteitsverklaring ondertekenen en de CE-markering aanbrengen.

In de praktijk betekent dit dat de risicobeoordeling een levend document is dat gedurende het hele ontwerpproces wordt bijgehouden. Elke ontwerpwijziging vereist een herziening van de relevante onderdelen. Een risicobeoordeling die pas achteraf wordt opgesteld als formaliteit, voldoet niet aan de eisen van de Machinerichtlijn.

Controleer voor afsluiting of de volgende elementen aanwezig zijn:

  • Een beschrijving van de grenzen van de machine
  • Een volledige lijst van geïdentificeerde gevaren per levensfase
  • Gedocumenteerde risicoschattingen met onderbouwing
  • Een overzicht van de toegepaste reductiemaatregelen per gevaar
  • Een beoordeling van het restrisico na elke maatregel
  • Een conclusie dat het restrisico aanvaardbaar is

Wanneer een machine ook veiligheidsgerelateerde besturingsfuncties heeft, zoals een noodstop of een tweehandsbediening, moet de risicobeoordeling ook de vereiste prestatieniveaus (PL) of veiligheidsniveaus (SIL) onderbouwen.

Hoe TCPM helpt bij risicobeoordelingen volgens de Machinerichtlijn

Een correcte risicobeoordeling volgens de Machinerichtlijn vraagt om technische diepgang, kennis van de actuele normen en ervaring met uiteenlopende machines en installaties. Wij ondersteunen industriële bedrijven bij het volledig doorlopen van dit proces, van de eerste grensvaststelling tot en met de afronding van het technisch constructiedossier.

Wat wij bieden:

  • Systematische identificatie van gevaren op basis van EN ISO 12100 en machinespecifieke normen
  • Risicoschattingen met erkende methoden, waaronder risicografen en risicomatrices
  • Advies over reductiemaatregelen die passen bij het ontwerp en de bedrijfsvoering
  • Begeleiding bij het opstellen van het technisch constructiedossier en de EU-conformiteitsverklaring
  • Ondersteuning bij functionele veiligheid en het bepalen van prestatieniveaus (PL/SIL)

Onze veiligheidsadviseurs werken zowel vanuit onze kantoren als op locatie, zodat we nauw aansluiten bij jouw specifieke situatie. Wil je weten hoe wij jouw risicobeoordeling kunnen begeleiden? Neem contact met ons op voor een vrijblijvend gesprek.

Veelgestelde vragen

Moet ik een nieuwe risicobeoordeling uitvoeren als ik een bestaande machine aanpas?

Ja, elke significante wijziging aan een machine vereist een herziening van de risicobeoordeling. Dit geldt voor aanpassingen aan de constructie, het besturingssysteem, het beoogde gebruik of de werkomgeving. Je hoeft niet altijd de volledige beoordeling opnieuw te doorlopen, maar je moet wel aantonen dat de wijziging geen nieuwe gevaren introduceert en het restrisico aanvaardbaar blijft. In sommige gevallen kan een ingrijpende aanpassing de machine juridisch als 'nieuw' beschouwen, wat een volledige CE-procedure vereist.

Welke normen moet ik naast EN ISO 12100 raadplegen voor mijn specifieke machine?

Naast de basisnorm EN ISO 12100 bestaan er zogenaamde type B-normen (voor specifieke veiligheidsaspecten zoals afschermingen of noodstopvoorzieningen, zoals EN ISO 13849 en EN ISO 14119) en type C-normen (voor specifieke machinetypen, zoals een norm voor robots of houtbewerkingsmachines). Als er een type C-norm van toepassing is op jouw machine, heeft die voorrang en mag je ervan uitgaan dat je aan de essentiële veiligheidseisen voldoet als je die norm volledig toepast. Raadpleeg altijd de officiële lijst van geharmoniseerde normen bij de Machinerichtlijn om te controleren welke normen relevant zijn voor jouw product.

Wie mag een risicobeoordeling uitvoeren en zijn er specifieke kwalificaties vereist?

De Machinerichtlijn schrijft geen specifieke certificering voor de opsteller van een risicobeoordeling voor, maar vereist wel dat de persoon voldoende technische kennis heeft van de machine, de relevante normen en de toepasselijke risicoschattingsmethoden. In de praktijk wordt aanbevolen om een multidisciplinair team in te zetten, bestaande uit constructeurs, elektrotechnici en veiligheidsexperts. Als interne kennis ontbreekt, is het inschakelen van een externe veiligheidsadviseur niet alleen verstandig, maar kan het ook juridisch bescherming bieden bij een eventueel incident of markttoezichtonderzoek.

Wat is het verschil tussen een risicobeoordeling voor de Machinerichtlijn en voor de Machineverordening (EU) 2023/1230?

De Machineverordening (EU) 2023/1230 vervangt de huidige Machinerichtlijn 2006/42/EG en wordt van toepassing op 20 januari 2027. De methodiek voor de risicobeoordeling blijft grotendeels hetzelfde en is nog steeds gebaseerd op EN ISO 12100. De Machineverordening voegt aanvullende eisen toe rondom cyberveiligheid (artikel 1.1.9) en machines met zelflerende systemen. Als je nu een risicobeoordeling opstelt, is het verstandig om al rekening te houden met deze aankomende wijzigingen, zodat je documentatie toekomstbestendig is.

Hoe ga ik om met restrisico's die ik niet verder kan reduceren?

Als een restrisico na het toepassen van alle haalbare maatregelen uit het drietrapsmodel niet verder kan worden gereduceerd, moet je dit expliciet documenteren en onderbouwen waarom verdere reductie technisch niet uitvoerbaar is of een onaanvaardbaar ander risico zou introduceren. Vervolgens informeer je de gebruiker via de gebruiksaanwijzing, waarschuwingslabels en indien nodig voorschriften voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Belangrijk is dat je aantoont dat het restrisico in lijn is met de stand der techniek en vergelijkbaar is met soortgelijke machines op de markt.

Kan ik een risicobeoordeling van een leverancier overnemen voor een machine die ik importeer of doorverkoopt?

Als importeur of inbedrijfsteller ben je zelf verantwoordelijk voor de conformiteit van de machine op de Europese markt en kun je de wettelijke verantwoordelijkheid niet volledig overdragen aan een buitenlandse leverancier. Je mag de risicobeoordeling van de leverancier gebruiken als basis, maar je bent verplicht te verifiëren dat deze volledig, correct en in lijn met de geldende Europese normen is opgesteld. Ontbreekt er documentatie of is de beoordeling onvolledig, dan moet je dit zelf aanvullen voordat je de CE-markering aanbrengt en de EU-conformiteitsverklaring ondertekent.

Hoe gedetailleerd moet de documentatie van de risicobeoordeling zijn?

De documentatie moet gedetailleerd genoeg zijn om een onafhankelijke derde partij, zoals een markttoezichthouder of een notified body, in staat te stellen het volledige redeneerproces te reconstrueren en te beoordelen. Dit betekent dat je niet alleen de gevaren en maatregelen opsomt, maar ook de onderbouwing van je risicoschattingen vastlegt, inclusief de gehanteerde methode, de ingeschatte ernst en waarschijnlijkheid, en de redenering waarom het restrisico als aanvaardbaar wordt beschouwd. Een goed gestructureerde risicobeoordeling is daarmee ook een waardevol intern document bij toekomstige ontwerpwijzigingen of bij het opleiden van nieuwe medewerkers.